Pelgrim

Geplaatst op13 juli, 2011

0


Een bijzondere bijeenkomst hadden we vorige week in de kerk, op een vroege ochtend. Een heuse pelgrim gaat op reis naar Santiago de Compostela, een stad in het noordwesten van Spanje, zo’n 2500 km van hier. Al eeuwenlang een bestemming van pelgrims, waar naar verluid het graf van de apostel Jacobus te vinden is (Santiago=Sint Jacobus).

Onze pelgrim is schoolmeester, dus met de kinderen uit de klas zijn we gaan zoeken naar hoe je een pelgrim herkent: een stok (om boze dieren weg te jagen) en een schelp (de Sint-jakobsschelp). Deze schelp vind je overal onderweg ook op bordjes bij wegen en gebouwen om de weg te wijzen.

De weg van een pelgrim is natuurlijk niet zonder gevaar. We hopen dat onze pelgrim het lot van een voorganger bespaard blijft. Die kwam onderweg met zijn ouders door de plaats Santo Domingo de Calzada. Tijdens de overnachting in een lokale herberg klopte de dochter van de waard op zijn deur. Zij wilde met deze jonge en aantrekkelijke pelgrim het bed delen.

De man weigerde, waarop deze vrouw een zilveren beker verstopte in één van zijn reistassen. Toen de waard de waardevolle beker de volgende dag vond in de tas van deze pelgrim, greep hij hem beet en bracht hem bij de plaatselijke rechtbank. De rechter veroordeelde hem tot de strop en de pelgrim werd opgehangen.

Zijn ouders vertrokken bedroefd en gingen verder naar Santiago de Compostela. Op de terugreis hoorden ze de stem van hun zoon: ‘ik leef nog, de heilige Jacobus heeft mij gedragen’. Ze gingen opnieuw naar de rechter, die net uitgebreid aan het eten was. ‘Wat een onzin’, riep hij uit. ‘De gebraden haan en de kip hier op deze tafel vliegen nog eerder weg dan dat uw zoon leeft’.

Op dat moment kakelde de kip luid en vladderde de haan van de tafel weg. Snel zochten ze de plek op waar de man opgehangen was. Hij leefde inderdaad nog. Als herinnering aan dit wonder en de kracht van de heilige Jacobus zijn in de kerk van Santo Domingo de Calzada een levende kip en haan te bewonderen (elke maand worden ze vervangen, ik heb ze er zelf eens bewonderd).

Kortom, een pelgrim komt veel verleidingen tegen onderweg, maar mag vertrouwen op de bijstand van de heilige Jacobus. Na dit hoopvolle verhaal kreeg onze pelgrim zijn eerste stempel in het pelgrimspaspoort. Daarnaast had ik naar oud gebruik een aanbevelingsbrief geschreven. Een bewijs dat het om een echte pelgrim gaat (geen boef), en een verzoek om hem zorg te bieden als dat onderweg nodig is en de deur te openen als hij onderdak zoekt.

Met de kinderen hebben we (in canon) het lied ‘Wonen overal nergens thuis’ gezongen, en in een grote kring een zegenbede uitgesproken. Vrede en alle goeds!

Voor wie ook eens wil pelgrimeren: kijk eens op de site van het Jabikspaad, een eeuwenoude Friese aansluiting op de weg naar Santiago.